Dit bos is sinds de middeleeuwen nagenoeg onveranderd gebleven van vorm en oppervlakte.
Het bestaat grotendeels uit eiken- en beukenbestanden met een dikwijls interessant reliëf van 'dellen' en geulen met kleurrijke namen als 'Vossenkuil' en 'Wolvendel'.
De ondergrond bestaat uit ijzerhoudende zanden die op verschillende plaatsen aan de oppervlakte komen.
Merkwaardig is het veelvuldig voorkomen van de zoete kers.